Peter Hyballa “We hebben trainers nodig uit de Wildernis”

Ik heb Peter Hyballa in 2016 leren kennen tijdens een training bij TuS Altenberge in de buurt van Münster.  Peter is een energieke en sympathieke trainer met ontzettend veel kennis en ervaring. Dat ik, net als Peter, een Duitse vader en Nederlandse moeder heb, is een toevallige overeenkomst. Dat ik vloeiend Duits spreek is mooi meegenomen. Het is echter vooral zijn manier van denken waarin ik mij herken. Ik ben ook geen “ja-knikker”, dat zal ik ook nooit worden. Ik kijk kritisch in de spiegel en doe wat ik goed vind om het beste uit een speler te halen. Als mij dat een individualist maakt, dann ist das eben so. 

Een korte video die ik heb gemaakt tijdens de clinic in 2016 bij TuS Altenberge. 

Recentelijk gaf Peter in het blad “Die Zeit” een interview die de moeite waard is om gedeeltes daarvan te delen. 

Die Zeit: Het Duitse voetbal moet weer creatieve dribbelaars voortbrengen, brutale individualisten. 

PH: Natuurlijk, dat roep ik al jaren. 

Die Zeit: Je bent mede-schrijver van een oefenboek voor jeugdtrainers “Trainer, wanneer spelen wij?” Daarin klaag je over het feit dat dribbelaars zijn uitgestorven. 

PH: Ik wil mezelf niet op de borst slaan, maar ik heb vaker iets geschreven wat vervolgens drie jaar later up-to-date is. Grappig. Weet je, ik ben eigenlijk ook een individualist. Voetbal is voor mij ook een individuele sport. Je schiet voor jezelf, je gaat een duel alleen aan. Dat wil gewoon niemand zien. Recentelijk had ik een discussie met trainers over de tattoo van dribbelaar Leroy Sané. 

Die Zeit: De Duitse speler van Manchester City heeft een beeld van zichzelf al juichend op zijn rug laten tatoeëren. 

PH: En ik was de enige die zei “Wat gaaf! Wat een moedig persoon”. Terwijl de anderen zich erover aan het opwinden waren. Waarom? Omdat Leroy buiten de norm valt. Ik zeg je eerlijk wij willen deze individualisering in Duitsland toch helemaal niet. Als we op het veld weer individualisten willen, moeten we ook individualistische jeugdtrainers hebben. 

Die Zeit: En die hebben we niet? 

PH: Men wil ze niet. Ik ben als jeugdtrainer bij een BVO na een doelpunt ooit eens op mijn knieën geschoven. Toen kwam de jeugdcoördinator naar me toe en wees me terecht. “Dat willen we hier niet”. Het begint al bij de diegene die trainers opleiden. Daar zie je mensen die niet meer dagelijks op het veld staan om een team te trainen. Ze moeten ook allemaal sport gestudeerd hebben. Waarom? Ze moeten het leven als trainer gestudeerd hebben. 

Die Zeit: Wat zou je willen veranderen als je hoofd van de trainersopleidingen zou zijn bij de Duitse voetbalbond? 

PH: We hebben in de opleiding mensen nodig uit de wildernis. Dat moet veranderen. We hebben mensen uit de praktijk nodig. Paradijsvogels. Trainers uit de praktijk zijn misschien wel zeven of acht keer ontslagen. Het mogen ook trainers zijn die bijvoorbeeld 15 jaar in de derde divisie hebben getraind. Dat is ook een wildernis. 

Die Zeit: Is de opleiding te theoretisch? 

PH: Zo komt er een psychologe in de klas die nog nooit een kleedkamer van binnen heeft gezien en geeft een presentatie. Daarvan leren trainers toch niets. Begrijp me niet verkeerd, want mensen met een universitaire achtergrond zijn ook belangrijk. Ze hebben het voetbal verrijkt. Vroeger kon je alleen als ex-prof in aanmerking komen voor trainersposities. Een manager zei ooit eens tegen mij “Je kunt inhoudelijk beter zijn, maar als trainer heb je bij ons geen kans, omdat je geen naam als speler hebt gemaakt”.

Die Zeit: Als afgestudeerde van de klas uit 2005 was je met 29 jaar de jongste. Was het een enerverende tijd? 

PH: We hebben de weg gecreëerd voor de huidige concepttrainers als Julian Nagelsmann en Domenico Tedesco. Vroeger was jeugdtrainer bijna een scheldwoord. We kregen 3000 euro bij een Eredivisie club en deden het vooral uit passie. Wij dachten, we moeten nog meer ons best doen om ooit trainer te worden bij een Eredivisie club. Nog brutaler zijn, nog meer in het buitenland kijken. En revolutionair zijn. We waren nog niet zo gestructureerd, we waren wild. 

Die Zeit: Wat bedoel je daarmee?

PH: Ons concept was de trainer-speler relatie. Na de revolutie in 2000 heeft de Duitse voetbalbond gekozen voor eenduidigheid en stroomlijnen volgend. Individualiteit binnen de jeugdopleiding was een gepasseerd station. Er was enkel nog gemeenschappelijkheid. 

Die Zeit: Waar bijvoorbeeld? 

PH: Bij een zuid Duitse voetbalclub werden tattoos verboden. De jeugdopleidingen zijn intussen studenten woongemeenschappen geworden. Daar zitten jeugdtrainers van 25 jaar die zichzelf een mix vinden van Guardiola en Tedesco. Iedere jeugdtrainer met UEFA-B denkt:  Ik word trainer in de eredivisie. Maar hij brengt de jeugdspeler niet meer bij om tweebenig te worden. Hij wil alleen nog maar wedstrijden winnen om op te vallen. En de betreffende speler komt op de bank te zitten. De hele tactiek is op het team gericht. 

Die Zeit: Omdat dit sneller bewerkstelligt kan worden dan die speler leren dribbelen? 

PH: Het gaat alleen nog om zwermgedrag, allen zijn even belangrijk. Vooral niet dribbelen, liever het speelgoed kapot maken. Ook het hele teambuilding, met samen gaan raften enzovoorts. Dat wordt teveel gedaan. Individualisten willen graag een beetje alleen zijn. Of ze willen liefde. 

Die Zeit: Krijgen jonge spelers geen liefde meer?

PH: De speler wordt niet meer geprezen, het team wordt geprezen. Vroeger hadden we een relatie met de spelers. Dan kon je zeggen “Je moet harder rennen. Peper in je reet!” Tegenwoordig zegt men “Wil je die ruimte inlopen?” De gehele taal is relatieloos geworden. Als je een relatie aangaat met je spelers dan is er ook wel eens ruzie. Dan knalt het een keer. Mario Götze heeft mij wel eens gehaat. 

Die Zeit: Had je het moeilijk met hem in de jeugdopleiding van Dortmund?

PH: Individualisten zijn roofdieren. Je moet ze een beetje laten. Je moet ze aanvoelen. Dan helpt de wildernis. Ik heb Mario nooit veel verdedigend naar achteren laten uitvoeren. Dat moest de nummer 6 achter hem voor hem belopen, maar dan verwachtte ik van Mario wel iets spectaculairs. 

Die Zeit: Waarin zijn Duitse jeugdtrainers tegenwoordig slecht?

PH: We hebben een probleem met veldtrainers. Wij trainden vroeger veel intensiever en waren harder. Tegenwoordig let iedereen op dat we maar vooral niet geblesseerd raken. Maar het is ook moeilijker geworden. Als je tegenwoordig als jeugdtrainer een harde uitspraak doet, heb je continu ouders en consultants in je bureau. Of bij de jeugdcoördinator of meteen de voorzitter. 

Die Zeit: Kan de consultant omgeving soms de ontwikkeling van jonge talenten schaden?

PH: Er is wat veranderd. Als een speler vroeger slecht was, had de omgeving hem verteld dat hij meer moest gaan trainen. Als tegenwoordig iemand slecht speelt dan ligt het aan de trainer. 

(Bron: die Zeit)

Over Dennis Meier

Dennis Meier is actief als individuele trainer voor amateur en profvoetballers. Expert Team Member Cognitive Training Germany | RJO PSV/ Eindhoven | Dayton Dutch Lions | CSU Craiova |
Dit bericht is geplaatst in Jeugdvoetbal. Bookmark de permalink.